Complexiteit benutten waar mogelijk, bevechten waar nodig
Topmanagers moeten onderscheid maken tussen institutionele en individuele complexiteit. Institutionele complexiteit betreft het aantal en de aard van de interacties in een onderneming. Individuele complexiteit betreft de manier waarop het individu in de organisatie complexiteit ervaart en ermee omgaat. Vaak kijkt een topmanager vooral naar de institutionele complexiteit en gaat hij te snel over tot een vérstrekkende herstructurering van de organisatie. De auteurs waarschuwen voor simplisme als dogma. Bepaalde vormen van complexiteit, mits goed gemanaged, kunnen waarde opleveren voor de onderneming. Dat hoeft bovendien niet te leiden tot een onbeheersbare complexiteit voor de individuele medewerker of manager. Met institutionele complexiteit kan een organisatie veerkrachtiger worden en nieuwe kansen aanboren. Complexiteit zo aansturen dat er waarde mee kan worden gecreëerd, vereist dat men drie dingen ‘goed voor elkaar’ heeft: de inrichting van de organisatie, de samenwerkingsprocessen en -systemen, en de ontwikkeling van capaciteiten. Daarbij moet steeds goed worden gelet op de complexiteit voor het individu. Pas als blijkt dat de meer subtiele aanpassingen niet tot het gewenste resultaat leiden, komt de optie van een complete herstructurering in beeld.
publicatie
Publicatiedatum
01-01-1970
Editie
HMR 116, november-december 2007
Reageer