De ambidextere organisatie: optimaliseren én innoveren
Organisaties dienen tegenwoordig gelijktijdig aandacht te geven aan het optimaliseren van de bedrijfsvoering, zodat ze efficiënt producten en diensten kunnen maken en leveren (exploitatie), én het effectief innoveren (exploratie). Gelijktijdig optimaliseren en innoveren lijkt een paradox: als je je toelegt op efficiënt werken (exploitatie), schiet effectief innoveren (exploratie) erbij in, en omgekeerd. Er zijn twee mechanismen waarmee bedrijven exploitatie en exploratie kunnen nastreven, namelijk het organiseren van exploitatie en exploratie naar tijd van handeling (volgtijdelijkheid) en naar plaats van handeling. Organiseren naar tijd van handeling betekent het al dan niet in de tijd verdelen van de aandacht tussen exploitatie en exploratie. Volgtijdelijkheid (afwisseling in de tijd) betekent dat nu eens aandacht gegeven wordt aan exploratie, dan weer aan exploitatie, maar nooit aan beide tegelijk. Organiseren naar plaats van handeling houdt in het al dan niet fysiek scheiden van alle exploitatie- en exploratieactiviteiten binnen een organisatie (intraorganisationeel) of zelfs tussen verschillende organisaties (interorganisationeel). Bij fysieke scheiding worden alle exploitatieactiviteiten op een andere locatie uitgevoerd dan alle exploratieactiviteiten. Echte marktleiders lijken het voor elkaar te krijgen om efficiëntie en effectiviteit gelijktijdig te organiseren. Zij kiezen niet voor óf optimaliseren óf innoveren, maar combineren exploitatie en exploratie in één bedrijf of vestiging met de ambidextere organisatievorm. Deze organisatievorm organiseert exploitatie- en exploratieactiviteiten gelijktijdig en op dezelfde plaats. In deze bijdrage worden de kenmerken van deze organisatievorm beschreven aan de hand van de (bedrijfs)processen, de besturing, de strategievorming, het leiderschap en de organisatie-inrichting. 
publicatie
Publicatiedatum
01-01-1970
Editie
HMR 119, mei-juni 2008
Reageer