Directie en strategie: een spannende relatie

Enkele decennia geleden maakte de econoom Porter een onderscheid in twee soorten ondernemingsstrategieën: kostprijsleiderschap, gericht op optimale efficiency, hier aangeduid als type-E, en differentiatie, een kernbegrip voor echte strategie, met als doel zich van anderen te onderscheiden op basis van unieke eigenschappen of producten, hier aangeduid als type-S. Veel bedrijven werken in hoofdzaak vanuit één van beide concurrentieprincipes, anderen combineren beide of veranderen geleidelijk van type-S in type-E. Allebei de benaderingen vergen een verschillende manier van denken van de leider. De auteur legt hier een verbinding met nieuwe inzichten uit de neurowetenschappen, met name rond de begrippen convergent en divergent denken. Convergent denken omvat analytische vaardigheden gericht op het vinden van een eenduidige oplossing. Divergent, of liever strategisch denken speelt op een ander niveau, is creatiever en veel eerder gericht op de vraagstelling, door bijvoorbeeld na te gaan of deze zinvol is geformuleerd. Ieder mens zou van nature geneigd zijn tot één van beide denkvormen. De auteur stelt dat bedrijven van het type-E moeten worden geleid door een convergente denker en bedrijven van het type-S door een strategische denker. De ondergang c.q. malaise van een aantal (gerenommeerde) S-type ondernemingen is naar zijn mening te wijten aan een gebrek aan strategische denkers in de leiding.

Pagina 42-51

publicatie
Publicatiedatum
01-01-1970
Editie
HMR 100, maart-april 2005
Reageer