Fair fees. Eerlijk duurt het langst?
Voor een franchisegever zijn er twee manieren om een vergoeding te vragen aan zijn franchisenemers: via een entreevergoeding, die eenmalig en aan het begin van de contractperiode wordt betaald, of via royalty’s, die doorlopend worden betaald, vaak als een percentage van de omzet. Dit artikel bespreekt enkele uitgangspunten voor franchisegevers bij het bepalen van deze vergoedingen. Het entreegeld zorgt ervoor, samen met de andere initiële investeringen die de franchisenemer moet doen, dat alleen franchisenemers aansluiten die zichzelf een dusdanig goede ondernemer vinden dat zij de investeringen denken terug te kunnen verdienen: het ‘zelfselectie principe’. Daarbij is het vragen van entreegeld redelijk omdat de franchisegever voor elke franchisenemer aanloopkosten moet maken en nieuwe franchisenemers profiteren van de reeds opgebouwde goodwill: het ‘redelijkheidsbeginsel’. Voor de doorlopende royalty’s geldt dat er voor fran¬chisegevers verschillende manieren zijn om die te berekenen, waarbij elke methode zijn voor- en nadelen heeft. Een belangrijke overweging hierbij vormt de invloed van de manier van berekenen op het gevoel van vertrouwen en rechtvaardigheid onder franchisenemers. Indien dit rechtvaardigheidsgevoel niet aanwezig is, kunnen franchise¬nemers negatieve reacties vertonen en dit heeft vervelende gevolgen voor de franchisegever. Het berekenen van royalty’s op basis van inkoopwaarde – het liefst in combinatie met eigen vestigingen van de franchisegever – lijkt de methode die het gevoel van rechtvaardigheid onder franchisenemers het meest positief beïnvloedt. Pagina 66-70
publicatie
Publicatiedatum
01-01-1970
Editie
HMR 113, mei-juni 2007
Reageer