Goed en minder goed presterende familiebedrijven

Lessen voor managers

Familiebedrijven worden vaak gezien als ouderwetse en trage organisaties waar bloedverwantschap zwaarder weegt dan prestaties. Maar niet zelden blijken familiebedrijven winstgevender en levensvatbaarder te zijn dan hun concurrenten. Michelin, Ikea en de New York Times zijn toonaangevend in hun respectieve markten, en bij alledrie heeft een familie een controlerend belang. In dit artikel wordt op basis van een onderzoek naar 46 succesvolle en 24 onsuccesvolle familiebedrijven bekeken welke verschillen er zijn in de prioriteiten die er in deze organisaties worden gesteld ten aanzien van strategie, organisatie en leiderschap. De auteurs komen op basis van een kwantitatieve analyse tot vier cruciale prioriteiten, de vier C’s: continuïteit in de strategie; een samenhangende organisatorische ‘community’; nauwe ‘connections’ met ‘stakeholders’; en onafhankelijk leiderschap oftewel ‘command’. Iedere C heeft ook een valkuil of schaduwkant. Succesvolle familiebedrijven blijken iedere prioriteit in hun voordeel te benutten (zij investeren bijvoorbeeld met het oog op de lange termijn – continuïteit). Bij de onsuccesvolle bedrijven werden de prioriteiten en werkwijzen minder frequent geconstateerd, terwijl deze bedrijven ook eerder in de valkuilen ervan vielen. De uitgebreid aan de hand van concrete voorbeelden geïllustreerde bevindingen en lessen zijn ook relevant voor beursgenoteerde bedrijven. Pagina 8-21
publicatie
Publicatiedatum
01-01-1970
Editie
HMR 108, juli-augustus 2006
Reageer