Leren in de praktijk

Het Amerikaanse leger heeft in de Californische woestijn een staand leger van 2500 manschappen dat als ‘tegenstander’ wordt gebruikt voor eenheden in opleiding. Deze ‘Opposing Force’ of OPFOR moet het de soldaten moeilijker maken dan ze het in het echt ooit zullen krijgen en voert allerlei oefencampagnes uit in allerlei omstandigheden. Elke maand wordt er een verse brigade van meer dan 4000 soldaten getraind in oefeningen tegen deze ‘vijand’. De oefeneenheid (‘BLUFOR’) heeft als nadeel dat ze op vreemd terrein opereert maar is verder in alle opzichten in het voordeel. Toch wint Opfor bijna altijd dankzij de manier waarop men gebruik maakt van de ‘after action review’ – een methode om te leren van een gebeurtenis of project teneinde de verworven inzichten bij een volgende gelegenheid toe te passen. AAR’s zijn sinds eind jaren negentig ook populair in het bedrijfsleven. Daar zijn het echter meestal flauwe afspiegelingen van de strakke evaluaties die OPFOR uitvoert. Bedrijven doen een AAR vaak alleen maar voor de vorm; medewerkers verzamelen inzichten waar ze zelf niet van leren. Bij OPFOR worden die inzichten echter direct weer in de praktijk toegepast. De onderneming die meer wil bereiken met de AAR moet vooral vasthouden aan vier basisprincipes: verworven inzichten zijn vooral voor het team dat die inzichten ontwikkelt; het AAR-proces moet beginnen aan het begin van de activiteit waar ze betrekking op heeft; de verworven inzichten moeten expliciet worden gekoppeld aan toekomstige actie; en leiders moeten iedereen, en vooral zichzelf, verplichten om te leren.|

Pagina 59-67

publicatie
Publicatiedatum
01-01-1970
Editie
HMR 104, november-december 2005
Reageer