Offshoring en outsourcing:

Het ‘4M-model’

Mondiale offshoring en outsourcing van activiteiten is aan de orde van de dag. Mits juist uitgevoerd kan deze strategie een effectief middel zijn in de steeds mondialere concurrentiestrijd om marge en marktaandeel. In dit artikel wordt een model gepresenteerd dat hierbij behulpzaam is: het ‘4M-model’ van offshoring en mondiale outsourcing. Het model is het resultaat van enkele jaren studie naar de succes- en faalfactoren van offshoring en mondiale outsourcing. Het model bestaat uit vier fasen:

1. Het Maken van het beleid (in het bijzonder de uitgangspunten) met betrekking tot mondiale offshoring en/of outsourcing (‘Making’).
2. Het in kaart brengen van de Mogelijkheden van mondiale offshoring en/of outsourcing – welke waardeketenactiviteiten wel en welke activiteiten niet offshoren en/of outsourcen (‘Mapping’).
3. Het Management van de uitvoering van de offshorings- en/of mondiale outsourcingsbeslissing (‘Managing’).
4. Het Meten van de uitkomsten in het kader van het beleid van de moederonderneming (‘Measuring’). Ondernemingen die voornemens zijn internationaal bepaalde activiteiten te offshoren dan wel te outsourcen zullen goed hun huiswerk dienen te maken.

Het ‘4Mmodel’ maakt het offshorings-/outsourcingsbesluitvormingsproces transparant en biedt voldoende handvatten voor het nemen van weloverwogen managementbeslissingen.
publicatie
Publicatiedatum
01-01-1970
Editie
HMR 111, januari-februari 2007
Reageer