Organisatietheorie: een mooie toekomst voor een chronisch tekortschietend vakgebied

Organisatietheorie is een paradoxaal academisch vakgebied. Hoewel al ruim een halve eeuw tevergeefs wordt gezocht naar een integrale theorie over de effectiviteit van organisaties op basis van breed gedragen veronderstellingen, staat het vakgebied als zodanig sterk in de belangstelling. In dit artikel doet de auteur een voorstel om uit de impasse te komen waarin de organisatietheorie volgens hem verkeert. Eerst schetst hij enkele belangrijke zwakke en sterke kanten van het vakgebied. Zwak zijn bijvoorbeeld de theoretische fragmentatie en richtingenstrijd ervan, sterk de steeds weer intrigerende vragen die opkomen en het unieke pluralisme van het vakgebied. Vervolgens bespreekt hij drie overkoepelende methodologische strategieën waarmee organisatietheoretici de ontwikkeling van het vakgebied vlot zouden kunnen trekken. Allereerst kunnen bestaande theorieën nauwer met elkaar verweven worden door verborgen beïnvloedingsfactoren op te sporen. Daarmee kunnen tegengestelde onderzoeksbevindingen worden behaald wanneer dezelfde theorie getoetst wordt in verschillende macrosociale contexten. Ten tweede kunnen bestaande organisatietheorieën relevanter worden gemaakt door empirische hoofdfeiten (‘stylized facts’) in kaart te brengen. En tot slot kan het gemeenschappelijke begrip van organisatiefenomenen worden vergroot door de microfundamenten van de macrotheorieën te verkennen. Als onderzoekers bereid zijn om hun methodologische ‘veren’ eens goed ‘op te schudden’, dan zou organisatietheorie als vakgebied nog wel eens een heel mooie toekomst kunnen wachten.

Pagina 63-69

publicatie
Publicatiedatum
01-01-1970
Editie
HMR 125, mei-juni 2009
Reageer